Nieuws
Bel-me-niet Register onderzoekt kwaliteit registraties 25-10-2011 - Het Bel-me-niet Register heeft de kwaliteit van de data als speerpunt gesteld. Daartoe heeft de organisatie het project datakwaliteit gelanceerd. Sinds het moment van oprichting, 1 oktober 2009, zijn er ruim 6 miljoen vaste en mobiele telefoonnummers geregistreerd in het register. Dit is inclusief de 2,6 miljoen registraties van het oude Infofilter. Het project datakwaliteit betreft het daadwerkelijk verbeteren van alle registraties in het Bel-me-niet Register. Inmiddels is de eerste analyse afgerond.
Uitslagen en conclusies
Gesteld kan worden dat van de gegevens die aangeleverd worden (namen, adressen, huisnummers en postcodes) de kwaliteit goed is. Bij een gering percentage past het telefoonnummer echter niet bij de naam, adres of postcode. Hoogstwaarschijnlijk doordat telefoonnummers voor anderen, bijvoorbeeld voor ouders, geregistreerd worden. Op het moment van de analyse, zijn van de 6.157.362 gecontroleerde telefoonnummers, 27.483 telefoonnummers niet actief. Indien afgesloten van een abonnee, wordt het telefoonnummer verwijderd uit het Bel-me-niet Register. Om de voortgang in het datakwaliteit proces te waarborgen, wordt in ieder geval gedurende de komende 5 jaren, ieder kwartaal de analyse uitgevoerd en worden afgesloten telefoonnummers verwijderd.
Voortgang project datakwaliteit
Het Bel-me-niet Register werkt voor zover in haar vermogen ligt aan een optimaal databestand, zegt Zsolt Szabo, voorzitter van het Bel-me-niet register. De persoon zelf is en blijft echter verantwoordelijk voor de registratie in het Bel-me-niet Register. Het Bel-me-niet Register kan en mag de geregistreerde gegevens niet op eigen initiatief wijzigen, omdat het een wilsbeschikking van de rechtspersoon betreft. Indien echter op basis van de resultaten daar aanleiding toe is, zal het Bel-me-niet Register aan de wetgever een voorstel voorleggen om de regeling in deze aan te passen.
Verder wordt bezien of de registratieprocedure nog verder aangescherpt kan worden, waardoor het registeren voor anderen nog beter onderschept kan worden. Door een goed onderhouden register zullen telemarketeers met meer nauwkeurigheid bedoelde consumenten op het juiste telefoonnummer kunnen benaderen.
Bron: DDMA.nl
Bel-me-niet passeert 6 miljoen nummers
14-4-2011 - Het Bel-me-niet register telde op 14 april 6.008.041 nummers van mensen die niet benaderd willen worden voor telemarketing. Dit meldt de beheerder, Stichting Infofilter. Het register begon op 1 oktober 2009 met 2,66 miljoen oude inschrijvingen. Na zes maanden waren er 2 miljoen nieuwe inschrijvingen, begin dit jaar stond de teller op 3 miljoen nieuwe inschrijvingen. Telemarketeers zijn verplicht om particulieren over het register te informeren.
Bron: Telecompaper
Managers wantrouwen datakwaliteit eigen organisatie
25-1-2011 - Driekwart van de managers vertrouwt de kwaliteit van de data die binnen de eigen organisatie aanwezig is niet. Dat blijkt uit onderzoek van softwareontwikkelaar Information Builders onder ruim honderd IT- en business managers in de profit en non-profit sector.
Het grootste deel van de ondervraagde managers (35 procent) wantrouwt de data binnen bepaalde informatiesystemen en 34 procent van de ondervraagden geeft aan de eigen bedrijfsdata in zijn geheel niet volledig te vertrouwen.
Opvallend is ook dat de respondenten veel verschillende eindverantwoordelijken voor de datakwaliteit in hun organisatie aanwijzen.
38 procent van de managers zegt dat de IT-afdeling binnen hun organisatie verantwoordelijk is voor de datakwaliteit en 23 procent stelt dat dit een taak is voor het hogere management. 17 procent heeft geen idee onder wiens verantwoordelijkheid dit valt.
"Wij zijn geschrokken van het hoge aantal respondenten dat niet volledig vertrouwt op de datakwaliteit binnen de eigen organisatie", zegt Dennis Bartels, Vice President Sales EMEA bij Information Builders.
"Om daadwerkelijk op basis van bedrijfsinformatie te kunnen sturen, is het belangrijk dat duidelijk is wie voor de onderliggende data verantwoordelijk is."
Bron: Nu.nl
Kwaliteit data schiet vaak tekort bij CRM-projecten
20-1-2011 - Eén van de grootste problemen bij CRM-projecten is de kwaliteit van de data. Bijna negen op de tien bedrijven vindt dat die kwaliteit beter kan.
Dat blijkt uit een onderzoek bij 245 ondernemingen in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk dat de Zwitserse consultancyfirma en marktanalist i2s uitvoerde in opdracht van Uniserv.
Iets meer dan de helft van de respondenten wil in 2011 investeren in hun CRM-software. Het doel is de optimalisering van de functionaliteit en het gemeenschappelijk gebruik van hun CRM-systemen. Speciale nadruk ligt op de verbetering van de kwaliteit van de gegevens.
Inspanning
Dat is geen overbodige luxe. 28 Procent van de respondenten bij bedrijven met meer dan 1000 werknemers - bijna de helft van de deelnemende ondernemingen - beoordeelt de kwaliteit van de data waarmee gewerkt wordt als slecht, terwijl 23 procent vindt dat de inspanning om die kwaliteit te verhogen te groot is.
88 Procent van de respondenten zegt dat de verbetering van de gegevenskwaliteit het belangrijkste doel is van hun CRM-projecten. 44 Procent vindt dat het in orde maken van de gegevens al tijdens de invoer of bij een migratie de grootste uitdaging is.
Zorgenkind
"De uitkomsten van het onderzoek spreken duidelijke taal: datakwaliteit is vaak een zorgenkind. Ondersteuning door een ervaren expert kan bijdragen aan een kwalitatief goed klantenbestand zonder doublures. En dat komt de klanttevredenheid weer ten goede," zegt Roland Pfeiffer, CEO van Uniserv.
Bron: CIO.com
'Informatie meer operationeel dan strategisch ingezet'
15-12-2010 - CIO Onderzoek: Ontbrekende KPI's, data-integatie en analyse-expertise vormen bottleneck.
Bij nog maar weinig organisaties is er een strategische rol weggelegd voor analytics. Dat is een van de conclusies van het onderzoek dat SAS, specialist op het gebied van business analytics, in samenwerking met CIO Magazine heeft uitgevoerd onder honderd IT-eindverantwoordelijken. Het onderzoek geeft inzicht in de manier waarop informatie wordt toegepast en belicht de rol en positie van de CIO in dit speelveld.
Het effectief toepassen van de juiste informatie is essentieel voor het nemen van de juiste beslissingen. Met de overload aan vooral ongestructureerde informatie wordt het goed omgaan hiermee steeds meer een strategische factor voor het behalen van concurrentievoordeel. De CIO en de IT-afdeling spelen een belangrijke rol bij die informatievoorziening. Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van de IT-verantwoordelijken zich deze opdracht heeft toegeëigend dan wel toegewezen heeft gekregen. Hiermee wil men de wildgroei aan spreadsheets tegengaan waarmee gebruikers individueel de voor hen relevante informatie zichtbaar proberen te maken. Toch is het nog steeds een minderheid van de ondervraagden die beschikt over een bedrijfsbreed platform, waarin interne én externe data worden geïntegreerd en omgezet in relevante inzichten.
Informatie vooral reactief gebruikt
Opvallend is dat de meeste Nederlandse bedrijven hun informatie vooral inzetten om terug te blikken en maar weinig om vooruit te kijken. Informatie wordt bij die bedrijven voornamelijk ingezet voor het ondersteunen en/of verbeteren van operationele processen. Maar liefst 62 procent geeft aan hoofdzakelijk reactief te handelen op basis van informatie die uit het proces naar voren komt. Slechts 20 procent heeft een informatiestrategie waarin wordt gekeken naar welke informatie nodig is voor welke beslissingen. Ongeveer één op de vijf ondervraagden gebruikt informatie om nieuwe markten of ontwikkelingen te exploreren. De informatievoorziening staat daarmee nog betrekkelijk ver af van de bedrijfsstrategie.
Grootste zorg: datakwaliteit en integratie
Veel respondenten maken zich zorgen over de kwaliteit en integratie (zowel intern als extern) van de data. Naast onvoldoende datakwaliteit en irrelevantie van de gegevens worden gebrekkig geformuleerde KPI's of zelfs het ontbreken daarvan als aandachtspunt genoemd. In veel organisaties blijkt er ook sprake van onvoldoende analytische competenties.
Onvoldoende uit analytics gehaald
De informatie is binnen veel organisaties vooral gericht op financiële en operationele performance. Nederlandse bedrijven halen daarmee niet het optimale uit de mogelijkheden van analytics. Ze werken nauwelijks aan initiatieven waarmee ze echt het verschil kunnen maken zoals klantmanagement, klantbehoud, het werven van nieuwe klanten, R&D en time to market. Voor de CIO is hierin een kans weggelegd om met relevante informatievoorziening het verschil te maken en waarde te creëren binnen de organisatie.
"IT-verantwoordelijken hebben de mogelijkheden om het verschil te maken voor de organisatie", zegt Karel Kinders, Managing Director van SAS Nederland. "Door echte antwoorden te leveren in plaats van een stroom aan data kan informatievoorziening als basis dienen voor het maken van strategische beslissingen."
Het onderzoek
De genoemde resultaten komen uit een onderzoek, dat CIO Magazine en SAS in het najaar van 2010 hebben gehouden, met 92 IT-eindverantwoordelijken uit verschillende sectoren. Het onderzoek is gepubliceerd in het boek Future Bright - Business Analytics IT in Charge.
Bron: Database Magazine
Bedrijven Onduidelijk Over Corporate Databasebeleid
19-11-2010 - Informatica Corporation, de grootste onafhankelijke aanbieder van data-integratiesoftware, maakt nieuwe onderzoeksresultaten bekend. De cijfers laten zien dat er grote verschillen bestaan in wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud en de nauwkeurigheid van gegevens die zich in zakelijke databases bevindt. 86 procent van de ondervraagden geeft aan medewerkers van buiten de IT-afdeling toegang te geven tot de corporate database, terwijl bijna een derde aan alle medewerkers toegangs- en wijzigingsrechten geeft.
Bevindingen uit hetzelfde onderzoek, uitgevoerd onder meer dan 600 IT, sales en marketing professionals, geven aan dat bijna alle ondervraagde sales en marketing professionals binnen afdelingen werken die ten minste één database hebben die zij zelf beheren en onderhouden. Onder de respondenten blijkt, dat zij gemiddeld negen afzonderlijke databases per onderneming bezitten, beheren en onderhouden. In ondernemingen met meer dan 1.000 medewerkers is dit cijfer nog hoger.
'Het praktische beheer van corporate databases, die enorme hoeveelheden aan informatie bevatten, en het gedefinieerde beleid hoe op een effectieve manier deze gegevens te beheren, lijkt geen vastomlijnd patroon te volgen', aldus Bert Oosterhof, director of technology EMEA bij Informatica. 'In het beste geval kan dit een gemiste kans om de concurrentie voor te blijven betekenen, maar in het slechtste geval vormt dit een aaneenschakeling van gemiste kansen op klantgebied.'
Het onderzoek genaamd 'The Data Ownership Dilemma' suggereert ook dat slecht informatiebeheer kan leiden tot andere zorgwekkende toestanden. Een vicieuze cirkel van IT- en informatieproblemen kan ontstaan aangezien 80 procent van de sales- en marketingafdelingen bekent software in te kopen zonder hierbij de IT- of procurement-afdeling te betrekken. Nog zorgwekkender is het feit dat dit gedrag getolereerd lijkt te worden door 38 procent van de staf op directieniveau. 34 procent van de ondervraagden is van mening dat het rechtstreeks maken van aankoopbeslissingen de interne bureaucratie vermindert.
Verdere onderzoeksresultaten geven aan dat:
- In 37 procent van de bedrijven het top management lees- en schrijftoegang heeft, terwijl 25 procent algemene admin staf dezelfde rechten toekent
- Kleinere ondernemingen neigen ernaar meer medewerkers toegangs- en wijzigingsrechten toe te kennen
'Doordat niemand de leiding neemt en doordat veel organisaties last hebben van onbekende blinde vlekken op gegevensgebied, lopen IT-afdelingen het risico de controle over een onderneming's meest waardevolle bezit te verliezen. Als de IT-afdeling geen controle heeft over deze gegevens, wie heeft dit dan wel?', aldus Bert Oosterhof.
Slechts de helft (52 procent) van de sales en marketing professionals geeft aan dat de IT-afdeling leidend moet zijn in het beheer van gegevens, terwijl 28 procent van mening is dat het beheer bij de individuele afdelingen moet liggen. Slechts 17 procent vindt dat dit bij alle medewerkers zou moeten liggen.
'Wat zorgwekkend is, is dat ook 50 procent van de IT-professionals vindt dat de verantwoordelijkheid van database- en informatiebeheer bij IT moet liggen. 20 procent vindt dat deze bij alle medewerkers moet liggen en 27 procent is van mening dat deze bij individuele afdelingen thuishoort. Deze resultaten geven een duidelijk verschil in houding ten opzichte van het beheer van deze waardevolle gegevens weer. Vele ondernemingen lijken het belang van het up-to-date houden van hun database in te zien. Ook behalen ze voordeel ten opzichte van hun concurrenten door gebruik te maken van hun bedrijfsinformatie. Een duidelijk gedefinieerd informatiebeleid is echter cruciaal om optimaal van bedrijfsinformatie te kunnen profiteren', aldus Oosterhof.
Bron: Database Magazine
IT moet marketing helpen met Business Intelligence
13-10-2010 - Gebrekkige analyses en tekortschietende business intelligence (BI) leiden ertoe dat marketing-afdelingen hun potentiële klanten voor het hoofd stoten.
Daarbij verknoeien ze het geld dat in marketingcampagnes en in BI-tools is gestoken, zo blijkt uit nieuw onderzoek van TNS in opdracht van analytics-vendor Kognitio. IT-afdelingen zouden meer moeten doen om hun sales-afdelingen te ondersteunen.
Uit het onderzoek onder 2.031 Britse consumenten blijkt dat 73 procent het idee heeft dat bedrijven alles naar hen mailen, ongeacht of het relevant is voor de ontvanger. Dit heeft ertoe geleid dat 52 procent van alle consumenten marketing-mails als spam beschouwt.
Strengere wetgeving
Van de ondervraagden is 59 procent voor strengere wetgeving met betrekking tot e-mailmarketing. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat 64 procent van de respondenten welwillend zou staan ten opzichte van marketing-mails als ze het idee hadden dat de aanbiedingen op hen waren toegesneden.
"Dat betekent dat marketeers het probleem kunnen oplossen. Maar daar hebben ze wel hulp voor nodig", meent Roger Llewellyn, CEO bij Kognitio.
Resultaten delen
Volgens hem gebruiken IT-afdelingen BI- en analyse-tools niet op de juiste manier. Ook gebeurt het dat de IT-afdeling de kennis en resultaten van deze tools niet deelt met de afdeling marketing.
"IT-afdelingen moeten ervoor zorgen dat hun marketeers alle denkbare BI- en analyse-support krijgen", vindt Llewellyn. "Als IT er niet in slaagt om marketing te helpen, ondanks alle steeds makkelijkere BI- en analyse-tools, dan is er iets goed mis."
Bron: CIO
Marktplaats: er is te weinig advertising zonder waste
5-10-2010 - Het koppelen van informatie uit de Marktplaats-database met een externe database om tot een relevante online campagne te komen, is iets dat nog veel te weinig gebeurt, zo meent Natalie Smailou, hoofd strategie en marketing van Marktplaats Media.
Marktplaats gebruikt meerdere bronnen van informatie om tot een online campagne voor adverteerders te komen die interessant is voor de Marktplaats-gebruiker. Smailou: "We willen graag meer inzicht geven in welke data we gebruiken om tot relevantie te komen ."
De data die Marktplaats heeft van de eigen gebruikers, zoals bijvoorbeeld postcode en geslacht en de data die bestaat uit anonieme profielen op basis van sitegedrag, kan gekoppeld worden aan een extern ingekochte database. "De kennis over onze gebruiker kunnen we verrijken als we die informatie koppelen", aldus Smailou.
Smailou vervolgt: "Het is advertising zonder waste. Je hebt het over een bepaald product voor een specifieke doelgroep. Je kunt de advertentie natuurlijk ook breder tonen, maar eigenlijk wil je dat niet."
Sommige klanten van Marktplaats Media, adverteerders, zijn vergevorderd met online advertising en de bijbehorende tools. "Maar een aantal adverteerders zit nog in een vroege fase van het adoptieproces."
Smailou: "Een database is een tool die database marketeers veel gebruiken voor e-mail marketing en DM. Maar een koppeling met een externe database specifiek voor display advertising, dat wordt nog veel te weinig gedaan."
Als voorbeeld noemt Smailou een klant die een energieproduct aanbiedt. "Je wilt mensen die avontuurlijk zijn en makkelijk switchen van aanbieder. Wij kunnen de mensen die makkelijk switchen formuleren." Een andere doelgroep kan bijvoorbeeld een groep mensen zijn met een voorkeur voor A-merken in de supermarkt. Het is vooral interessant in de fast mover-wereld, meent Smailou. "Daar werk je met hele specifieke doelgroepen."
Smailou: "Binnen een anoniem umfeld kun je je kansen vergroten met de koppeling van een database. Dat het nog weinig gebeurt, komt met name door onbekendheid."
"Wij koppelen op basis van postcode. Van 70 procent van onze gebruikers hebben wij die gegevens. Als iemand een fiets zoekt in een bepaalde buurt, dan gaan we er van uit dat iemand ook in die buurt woont", aldus Smailou. Marktplaats wil niet zelf teveel informatie van de gebruiker vragen. "We willen de site laagdrempelig houden." Naast postcode ziet Marktplaats nog sitegedrag op basis van anoniem zoekgedrag. De rest van de informatie, een bezoeker heeft immers ook een leven buiten Marktplaats, moet gevonden worden door de koppeling met een externe database.
Bron: Emerce
Klant wil contact via e-mail of post
30-9-2010 - Als bedrijven contact zoeken met consumenten, kunnen zij dat het best doen via e-mail of geadresseerde post.
De consument heeft een sterke voorkeur voor direct contact via e-mail en geadresseerde post. Dat blijkt uit de eerste aflevering van het Trendonderzoek Dialoogmedia op initiatief van DDMA in samenwerking met onderzoekspartners 2organize en ANWB Media. Het onderzoek dat is uitgevoerd door Synovate, richt zich op zes bedrijfssegmenten: energiebedrijven, mediabedrijven, goede doelen, financiële instellingen, toeristische bedrijven en telecom- en internetbedrijven.
Folders en e-mail zijn de meest ingezette kanalen bij dialoogmarketing. Daarbij zijn wel verschillen zichbaar. De meest fanatieke folderaars zijn telecom- en internet bedrijven (gemiddeld 33,6 keer per jaar), terwijl ook toeristische bedrijven en financiële instellingen veel folders verspreiden. De hoge score voor e-mail is sterk beïnvloed door toeristische bedrijven (met gemiddeld ruim 44 contacten per jaar). Ook mediabedrijven en financiële instellingen mailen iets vaker dan gemiddeld.
Goede doelen en mediabedrijven versturen meer dan gemiddeld geadresseerde folders. Verder zoeken ze de klant ook vaak op straat op. Goede doelen en financiële instellingen maken opvallend veel gebruik van de telefoon als contactkanaal. Het benaderen van consumenten via het online profiel gebeurt sporadisch. Ook de mobiele telefoon wordt nog weinig ingezet. De meest fervente gebruikers van dit kanaal zijn financiële instellingen en telecom- en internet-bedrijven.
Behalve naar de mate waarin branches gebruikmaken van de verschillende kanalen, is ook gekeken naar de effectiviteit van deze inzet. Voor energiebedrijven is telefonische werving de meest effectieve manier om klanten te werven: 21 pct van de ondervraagden geeft aan naar aanleiding van een telefonisch contact 'wel eens' te zijn gewisseld van energieleverancier.
Op ruime afstand volgen verkoop aan de deur (15 pct), straatverkoop (9 pct) en geadresseerde post (8 pct). Voor het werven van abonnees zijn e-mail, telefoon en internet effectief: 17 pct van de ondervraagden zegt wel eens een abonnement te hebben genomen na contact via een van deze kanalen. Ook geadresseerde post (16 pct), straatverkoop en folders doen het goed.
Bron: Adformatie
Stichting werkt aan Code Postfilter
24-8-2010 - De Stichting Postfilter werkt samen met de brancheorganisaties aan een code waarin bedrijven beloven klanten die daarom vragen, geen ongevraagd geadresseerd reclamedrukwerk meer te sturen.
Wanneer bedrijven zich niet aan deze code houden, kunnen consumenten een klacht indienen bij de afzender. Als het antwoord volgens de consument onbevredigend is, kan de klant een klacht indienen bij de Stichting Reclame Code. Directeur Richard Groenewoud van Postfilter heeft dinsdag een bericht daarover in het AD bevestigd.
De code moet komend najaar worden gepresenteerd. 'De mogelijkheid om aan te geven dat je geen post en telefoontjes wilt ontvangen van bepaalde bedrijven, bestaat al jaren', legt hij uit. 'Maar we zijn hard bezig het proces te verbeteren en klantvriendelijker te maken.' Zo biedt Postfilter.nl vanaf het najaar burgers ook de mogelijkheid om aan te geven dat zij bepaalde ongevraagde geadresseerde post van specifieke bedrijven niet meer wensen te ontvangen.
Op dit moment hebben 650.000 consumenten gebruikgemaakt van de mogelijkheden van Postfilter. 'Wij hopen met deze nieuwe opties mensen nog meer keuzes te bieden, en zo nog meer irritaties weg te nemen', stelt Groenewoud.
Postfilter helpt consumenten overigens alleen met het weren van geadresseerde reclame-uitingen en geadresseerde post met of zonder naam. Voor het weren van ongeadresseerd reclamedrukwerk kunnen burgers een 'nee/ja'- of 'nee/nee'-sticker van Milieudefensie op hun brievenbus plakken.
Bron: Adformatie
Bedrijven blijven spammen
15-7-2010 - Sinds de invoering van het spamverbod sturen Nederlandse bedrijven nog bijna net zoveel spammailtjes naar klanten en prospects als daarvoor. Dit blijkt uit de ICT Barometer van Ernst & Young.
Van de ondervraagden geeft 47 procent aan niet of nauwelijks bekend te zijn met de inhoud en de regels van het spamverbod. Hoewel de ondervraagden van mening zijn dat lang niet alle bedrijven zich aan het spamverbod houden, hebben zij toch het idee dat de hoeveelheid spam sinds het verbod is afgenomen.
Sinds 1 oktober 2009 is het niet meer toegestaan om ongewenste e-mails, faxen of sms-berichten te versturen naar bedrijven, anders dan naar een algemeen adres (info@). Tot die datum gold het spamverbod alleen voor bedrijven die berichten sturen aan particulieren. Toch stuurt 84 procent van de ondervraagde bedrijven uit de ICT Barometer van Ernst & Young nog net zoveel algemene e-mail als voorheen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om persberichten, nieuwsbrieven en aanbiedingen. Overtreding van het spamverbod kan leiden tot een boete van maximaal 450.000 euro.
Ernst & Young veronderstelt dat als bedrijven beter bekend zijn met de regelgeving en er strikter wordt gehandhaafd, spam als marketingtool aan belang zal inboeten. De financiële dienstverlener brengt de resultaten van dit onderzoek onder de aandacht van toezichthouder OPTA.
Bron: RSLTblog
Japans billboard analyseert passerend publiek
14-7-2010 - Op Japanse stations zijn digitale billboards geplaatst die met camera's de leeftijd en het geslacht van passanten registreren. De informatie kan worden gebruikt om speciaal op het publiek afgestemde boodschappen te tonen.
Het onlangs gelanceerde proefproject met 27 schermen wordt uitgevoerd door een consortium van elf spoorbedrijven. De schermen werken met technologie voor gezichtsherkenning. ,,De camera kan het geslacht en leeftijd van een persoon onderscheiden, zelfs als de persoon alleen langs het scherm loopt'', aldus een woordvoerder van het project.
Na analyse van de gegevens, wordt de boodschap aangepast. Dit moet leiden tot advertenties die "overeenstemmen met de interesse van de mensen die het station op een bepaald moment gebruiken."
Bron: De Pers
De cross-channel consument komt op
22-6-2010 - Consumentenbestedingen worden in grote mate gestimuleerd door mogelijkheden voor cross-channel retail. Cross-channel consumenten zijn ook drie tot vier maal meer waard dan single-channel consumenten. Retailers zien de potentie, maar laten nog veel kansen liggen. Dat blijkt uit onderzoek van Accenture.
Voor het onderzoek "Accenture Research Multi Channel Retail in the Netherlands" zijn in de eerste helft van 2010 ruim 2000 consumenten en diverse retailorganisaties ondervraagd in Nederland.
Volgens de onderzoekers stellen consumenten steeds hogere eisen aan cross-channel mogelijkheden van retailers. Zo verwachten klanten meer flexibiliteit in hun kanaalkeuze en meer vrijheid in het kunnen schakelen tussen kanalen tijdens de aankoop en transactiefase van het winkelen.
42 procent van de respondenten zou online bestelde producten graag in de winkel ophalen als dit tot de mogelijkheden zou behoren. Dit geldt ook voor de mogelijkheid om in de winkel aangeschafte producten via de post te kunnen retourneren of ruilen (35 procent) of het kunnen retourneren van een product naar de winkel nadat het online is aangeschaft (20 procent). De studie wijst ook uit dat cross-channel consumenten in Nederland potentieel drie tot vier maal meer waard zijn dan single-channel consumenten, wat aanduidt dat retailers kansen laten liggen.
Ook illustreert de studie dat 69 procent van de Nederlandse consumenten zich al bezighoudt met een bepaalde vorm van cross-channel winkelen. Het gaat hierbij voornamelijk om het schakelen tussen kanalen tijdens de oriëntatie- en aankoopfase van het winkelproces. Dit betreft het online onderzoeken van een product voordat het in een winkel wordt aangeschaft, of het bezoeken van een winkel om het product fysiek te bekijken voordat het online gekocht wordt.
Jeroen van den Nieuwenhof, senior executive van de CRM-praktijk van Accenture: 'De opkomst van de cross-channel consument vertegenwoordigt grote kansen voor retailers. Deze consumenten zijn loyaler, winstgevender en minder prijsgevoelig dan zogenaamde single channel consumenten. Retailers kunnen zich onderscheiden door inzicht te verkrijgen in het aankoopgedrag van consumenten thuis, in de winkel, op hun smart phones en in de relatie tussen deze interactiemomenten. Met behulp van deze inzichten kunnen retailers op het juiste moment via het juiste kanaal, relevante aanbiedingen doen en daarmee hun omzet te vergroten."
Uit de interviews die Accenture hield met Nederlandse retailers blijkt dat retailers de potentie van cross-channel mogelijkheden ook in zien. Het overgrote deel van de retailers geeft aan het ontwikkelen van cross-channel retailing diensten hoog op de agenda te hebben staan.
Andere bevindingen uit het onderzoek:
- Vandaag de dag hanteren de meeste Nederlandse retailers een verkokerde kanaalbenadering. Hierin worden kanalen onafhankelijk van elkaar ontwikkeld en beheerd als aparte entiteiten zonder de integratie die klanten vragen.
- Voor cross-channel consumenten is de prijs van ondergeschikt belang. Ze maken hun keuze gebaseerd op klantenservice, gemak en de aankoopervaring.
- Cross-channel consumenten verwachten bekend te zijn bij hun retailer, ongeacht in welk kanaal ze zich bevinden en het aantal wisselingen dat ze hebben gemaakt tussen de kanalen.
- Het raadplegen van catalogi alvorens een product in een winkel te kopen, blijft belangrijk bij de aanschaf van speelgoed en woonartikelen.
- De snelle ontwikkeling van technologie en snelle adoptie van nieuwe manieren om te winkelen - vooral smartphones die internetten buitenshuis mogelijk maken - blijven de vraag naar cross-channel retail-initiatieven stimuleren.
Miel Janssen, senior executive van de Retail praktijk van Accenture: 'Historisch gezien zijn prijs en gemak de belangrijkste drivers geweest voor online winkelen. In de toekomst zal dit niet anders zijn. Echter, naarmate prijzen transparanter worden, wordt prijs steeds meer een randvoorwaarde in plaats van een differentiator. Een persoonlijke benadering van klanten via diverse kanalen zal tot een positieve klantervaring en loyaliteit leiden.'
Bron: Marketingonline
' Gebruik gewoon je eigen database'
10-6-2010 - Veel bedrijven en organisaties staren zich helemaal blind op Google. Men wil graag zo hoog mogelijk in de zoekresultaten staan. Op zich klinkt dit begrijpelijk, want dat verhoogt het aantal (nieuwe) bezoekers aan je website of webshop. Maar als ik dan vraag wat ze met het bestaande klantenbestand doen blijft het vaak schrikbarend stil. Herken je dit? Besef je eigenlijk wel op wat een goudberg je zit?
Een nieuwe klant werven kost gewoon meer
Het is een oude wijsheid onder salesmensen. Een nieuwe klant werven is kostbaarder dan nieuwe opdrachten krijgen van een bestaande klant. Toch zijn we met elkaar over het algemeen erg druk met nieuwe klanten en relaties vinden.
Hetzelfde is eigenlijk het geval bij het optimaliseren van websites. Er worden duizenden Euro's per jaar uitgegeven aan 'zoekmachine optimalisatie' (SEO, search engine optimization). Het streven is om zo hoog mogelijk in de zoekresultaten van Google te verschijnen en daarmee nieuwe leads te genereren.
Blijf zichtbaar voor bestaande klanten en relaties
Een andere oude wijsheid is dat je minimaal vier keer per jaar een communicatiemoment met een relatie moet hebben om minimaal op de radar te blijven. Vaker is natuurlijk beter. En met de technieken van vandaag is dat ook erg eenvoudig.
Ingewikkelde dingen hoef je hier echt niet voor te doen. Stel je stuurt vier, zes of acht keer per jaar een e-mail nieuwsbrief naar bestaande klanten met de meest recente aanbiedingen. Menig klant stelt dit vermoedelijk bijzonder op prijs. En vertel ook meteen even hoe het met je bedrijf gaat. Ook dat wordt door velen erg gewaardeerd.
Recent is de regelgeving rondom het (ongevraagd) verzenden van e-mails aangescherpt. Maar een belemmering hoeft dat niet te zijn. Aan klanten mag je ongevraagd informatie toezenden. Wil je het netjes doen, dan vraag je gewoon netjes toestemming. Geef ook iedere ontvanger iedere keer weer de mogelijkheid om zich uit te schrijven.
Ik durf wel te garanderen dat je op deze manier met een minimale inspanning bestaande klanten als klant behoudt en dat ze één of meerdere herhalingsaankopen zullen plaatsen. Maar je moet dus wel zorgen dat je onder de aandacht blijft.
Legio andere mogelijkheden om in contact te blijven
Natuurlijk zijn er nog vele andere mogelijkheden om in contact te blijven. De 'oude' methoden als mensen bezoeken, relatiebijeenkomsten, uitjes, golfen, etc. zijn nog steeds geweldige contactmomenten. De technologische mogelijkheden van vandaag maken het mogelijk om dit contact nog verder te intensiveren. Denk hierbij aan social media als LinkedIn en Twitter.
Bron: petersopinion.com
Folders nog veel gelezen en hoog gewaardeerd
4-6-2010 - Folders worden door de helft van de ontvangers gelezen. Dat blijkt uit een onderzoek van Thuis Binnen Bereik van de DDMA Businessgroep Verspreidingen. Driekwart van de lezers staat positief tegenover de ongeadresseerde folders.
Er zijn specifieke redenen waarom mensen het reclamewerk lezen. Veertig procent van de respondenten geeft aan dat ze de folders lezen voor de speciale aanbiedingen. Toch geeft twintig procent aan ze alleen maar te lezen ter ontspanning. De onderzoekers stellen dat het medium een hoge respons heeft met 27 procent op de gemeten reclamefolders. Uiteindelijk ging zeventien procent over tot een aankoop. Deze percentages liggen hoger dan voorgaande jaren.
In ruim driekwart van de huishoudens die geen brievenbussticker heeft wordt de folder door minimaal twee personen bekeken of gelezen. In 2009 besteedden ze er maar liefst gemiddeld 43 minuten per week aan. In 2007 lag het nog op 36 minuten. De ontvangers zijn dan ook zeer tevreden over het medium: ruim zeven op de tien personen gaven aan een sterke binding te hebben met het ongeadresseerde drukwerk. Vrouwen waarderen de folder hoger dan mannen, met respectievelijk 7,5 en 7,1 procent. Driekwart van de vrouwen zou de folder missen als deze niet meer bezorgd zou worden.
Retailers versturen de meeste folders. Tweederde van de reclame wordt verstuurd door meubels, voedingsmiddelen, supermarkten, warenhuizen, kleding en drogisterijen.
Bron: Itcommercie.nl
'Echte liefde' tussen klant en bedrijf
27-5-2010 - Klanten voelen 'echte liefde' voor een bedrijf of winkel waar zij vaste klant zijn, stelt Marnix Bügel van de Rijksuniversiteit Groningen.
Klanten ervaren intimiteit en geborgenheid in die relatie, twee van de drie factoren die volgens de psychologie ook bepalend zijn voor een liefdesrelatie tussen partners. Bedrijven die aan klantenbinding doen, zouden hiermee rekening moeten houden.
Bügel promoveert volgende week op een onderzoek naar de toepasbaarheid van psychologische theorieën op relatiemarketing. Volgens de wetenschapper is het enige verschil tussen een klant- en een liefdesrelatie dat partners gelijkwaardig willen zijn, terwijl een klant juist op zoek is naar superieure kwaliteit bij de zaak van zijn keuze.
Bron: ANP
Trends in Marketing Intelligence
28-4-2010 - Marketing intelligence zorgt voor fact-based marketingbeslissingen. Belangrijk want marketing wordt steeds vaker accountable gehouden voor de marketinguitgaven. Maar hoe zorgt een organisatie ervoor dat marketing intelligence-beslissingen op de juiste manier worden onderbouwd? Vier trends worden beschreven om inzichtelijk te maken hoe organisaties deze nieuwe ontwikkelingen kunnen adopteren.
Trend 1: Hoeveel waarde creëer jij vandaag?
Marketingaccountability wordt steeds belangrijker. Hoewel we het tijdperk van '50 procent van mijn marketinguitgaven is weggegooid geld maar ik weet niet welke 50 procent' al voorbij zijn, wordt marketing nog steeds te weinig afgerekend op de effectiviteit van de inspanningen. Toch zie je dat steeds meer organisaties marketingeffectiviteit meten om zo tijdig te kunnen bijsturen. Als je kijkt naar de ontwikkelingen bij deze trend dan zie je dat de effectiviteit van marketinginspanningen steeds beter in kaart kan worden gebracht omdat de benodigde data voorhanden is. Door de interne data aan te vullen met marktonderzoek data (wat tegenwoordig relatief snel en goedkoop kan) ontstaat een compleet beeld van de marketinginzet. Door klantwaarde als een van de kpi's mee te nemen wordt niet alleen gekeken naar de kortetermijneffecten (directe opbrengsten versus kosten van de campagne) maar ook naar retentie (langetermijneffect). Om niet alleen achteraf te bepalen hoe de return on markting (rom) was, maar hierover ook vooraf een inzicht te hebben, is een (eenvoudige) business case die op een makkelijke manier gepresenteerd kan worden, nuttig. Het zorgt ervoor dat het management zicht heeft op de drivers van een marketingactiviteit en een inschatting van hun impact. Na de uitrol kunnen verwachting en realisatie worden vergeleken om zo de marketingactiviteiten in de toekomst aan te scherpen.
Trend 2: Goede klant is koning
Deze nuancering op het gezegde is wél essentieel. Zorg dat je de klanten goed bedient, maar niet elke klant is koning. Elk bedrijf heeft klanten die niet of nauwelijks waarde toevoegen. Denk aan klanten die slechts één laagmarge product afnemen, terwijl ze wel maximaal gebruik maken van de beschikbare klantenservice. Maar aan de andere kant zijn er klanten die veel hoogmarge producten afnemen en nauwelijks gebruik maken van de beschikbare service. Door de koppeling van alle interne klantdata en steeds gedetailleerdere externe data is het mogelijk om een steeds beter klantbeeld te krijgen en dit vervolgens in te zetten voor de juiste strategie. Zo hebben steeds meer bedrijven een idee van de klantwaarde, gebruiken microsegmentatie om van kleine doelgroepen de juiste inzichten te krijgen en die groepen dan op een specifieke wijze te benaderen. Uiteindelijk wil men iedere klant zo persoonlijk mogelijk bedienen maar natuurlijk binnen de kostenrandvoorwaarden.
Trend 3: Multichannel op microniveau
De meeste organisaties bedienen hun klanten met een multichannelstrategie (face-to-face, internet, e-mail, call-center etc.). Hierbij kan elk kanaal voor verschillende doeleinden, zoals informatie, verkoop of service, worden ingezet. Bedrijven hebben voorkeurskanalen vanuit kostenoverwegingen en klanten hebben individuele voorkeuren vanuit gemak en beleving. Het vinden van de juiste mix tussen deze twee mogelijk conflicterende invalshoeken is een uitdaging. Vaak begint dit met een multichannelstrategie op geaggregeerd niveau, maar steeds vaker zie je dat een organisatie verschillende doelgroepen op verschillende wijze wil benaderen en bedienen. Door de koppeling van alle beschikbare klantdata en de verrijking met marktonderzoekdata ontstaat een steeds completer beeld van individuele klantwaarde en klantbehoefte. Hierdoor lukt het om microsegmenten te identificeren met dezelfde productbehoefte en optimale kanaal, dat is afgestemd op zowel individuele kanaalvoorkeur als klantwaarde. Zo kan microsegmentatie voor de distributiestrategie winstmaximaliserend worden ingezet.
Trend 4: Connected customer is in charge
Steeds meer consumenten zoeken online productinformatie of kopen op internet. En dat is niet zo verwonderlijk als je kijkt naar het enorme aantal aanbieders, vergelijkingssites en productrecensies op internet. Voor bedrijven biedt dit grote kansen; maar hierbij is de uitdaging om de goed geïnformeerde, kritische en vluchtige consument aan je te binden. De online ontwikkelingen op marketing-intelligencegebied maken het mogelijk om de klant op internet optimaal te bedienen. Dit komt door zowel de sterke groei in vastgelegde online klantgegevens, als door modellen voor real-time online klantsegmentatie, waarmee de online customer experience worden afgestemd op klantbehoefte en klantwaarde. Goede kpi's voor online gedrag zorgen ervoor dat de marketeer grip blijft houden op het online klantgedrag.
Succesvolle toepassing van trends vraagt om bredere rol van de afdeling marketing intelligence. Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van marketing intelligence, en deze kunnen worden samengevat in vier belangrijke trends:
1. meten én bijsturen in iedere stap van het proces
2. stuur op de waarde van je klanten
3. microsegmentatie voor distributiestrategie
4. optimale klantbediening op internet
Om deze trends succesvol te implementeren en zo hét verschil te maken binnen de organisatie zijn de volgende aspecten van belang:
- begin meteen, ook al zijn de randvoorwaarden (nog) niet goed ingevuld. Meestal zijn er quick-wins aan te wijzen die impact maken en daarmee de basis leggen voor de lange termijn.
- samenwerking tussen marketing en marketing intelligence is cruciaal om de inzichten te vertalen naar winstgevende activiteiten. Hierbij is het van belang dat beide partijen vroegtijdig betrokken zijn bij de mogelijke activiteiten.
- gebruiksvriendelijkheid van de output van de marketing-intelligencegebied is het sleutelwoord. Dit kan door op maat gesneden rapportages of door tools waarmee de marketeer zelf op verschillende manieren naar de informatie kan kijken. Dit laatste stimuleert de interactie tussen de partijen en uiteindelijk toegevoegde waarde van marketing intelligence.
Bron: Marketingonline
Google meet effect display-campagnes
19-4-2010 - Google gaat met Campaign Insights het effect van display advertenties inzichtelijk maken in termen van extra zoekgedrag en websitebezoek.
Het beoordelen van online campagnes gebeurt tot op heden op basis van views, clicks en conversie. Met Campaign Isights voegt Google hier een nieuw element toe. De nieuwe tool geeft inzicht in de brandingeffecten van een campagne die draait binnen het Google Content Network en moet het vertrouwen van adverteerders in online display campagnes verhogen. Mascha Driessen, head of Youtube en Display Benelux: 'Veel adverteerders investeren niet zoveel in display bannering als ze eigenlijk zouden willen, omdat display niet zo goed meetbaar is als bijvoorbeeld search. Het meetbaar maken van het resultaat zien wij als de grote uitdaging in onze display strategie.'
Campaign Insights maakt gebruik van statistieken die worden ontleend aan het gebruik van de Google Toolbar. Google genereert twee (geanonimiseerde) datasets: één van internetgebruikers die de bewuste advertentie hebben gezien en een van gebruikers die de advertentie niet hebben gezien. Door de twee groepen met elkaar te vergelijken is het mogelijk om verschillen in zoekgedrag en websitebezoek uit te filteren.
Driessen: 'Van de mensen die de display uiting niet hebben gezien en die toch reageren door een zoekopdracht of websitebezoek, is er kennelijk invloed van andere media, zoals tv-commercials of printadvertenties. Die resultaten filteren we eruit, de resterende response is het gevolg van de display campagne.' Omdat het om zeer grote groepen gaat (minstens enkele duizenden gebruikers), is het volgens Google mogelijk om statistisch relevante uitspraken te doen.
Campaign Insights is in de VS getest, onder meer in de sectoren automotive, finance en reizen, met naar verluidt goede resultaten. Daarnaast was het al beschikbaar in groot Brittannië. De lancering vandaag gelijktijdig plaats in Frankrijk, Duitsland en Nederland.
Bron: Adformatie
Postfilter officieel van start
1-3-2010 - Stichting Postfilter heeft haar nieuwe website in gebruik genomen. De stichting richt zich op consumenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties in Nederland. Stichting Postfilter is een initiatief van de brancheorganisaties: DDMA, NUV/KVGO, Thuiswinkel.org, VGP, VFI en de Nederlandse postbedrijven (TNT Post, Netwerk VSP, Sandd en Selekt Mail).
Postfilter biedt de stichting consumenten de mogelijkheid de contactgegevens kosteloos te laten opnemen in het Post Register. Hiermee kan men aangeven dat men geen ongevraagde geadresseerde reclamepost meer wenst te ontvangen. Ook biedt de mogelijkheid de contactgegevens van een overleden persoon kosteloos te blokkeren, in het Nationaal Overledenen Register. Het doel hiervan is te voorkomen dat nabestaanden nog ongevraagde geadresseerde reclamepost ontvangen op naam van de overledene. Ook bedrijven en maatschappelijke organisaties die ongevraagde geadresseerde reclamepost versturen, krijgen mogelijkheid de bestanden te ontdubbelen met het Nationaal Overledenen Register en het Post Register.
Bron: Postfilter.nl
Iedere klant een eigen folder
27-1-2010 - Colruyt verlegt de grenzen van direct marketing. Het biedt vanaf volgende week klantenfolders op maat aan, die gebaseerd zijn op het koopgedrag van de klanten.
De stap die Colruyt gisteren bekendmaakte, gaat verder dan wat tot nu toe in de detailhandel gebruikelijk is. Ketens als Carrefour, Colruyt en Delhaize verzenden naast een algemene folder ook al een 'gesegmenteerde folder', maar Colruyt gaat vanaf volgende week een stapje verder. 'We zullen als enigen op basis van het aankooppatroon van onze klanten een unieke selectie van 30aanbiedingen maken. Per consument zal die selectie verschillend zijn. Iedere klant krijgt een verschillende mailing', zegt Jean-Pierre Roelands, hoofd marketing Colruyt.
Roelands spreekt over een win-win-win. 'Voor de klant, voor onze leveranciers en voor onszelf.' De geïndividualiseerde folders zijn veel doelgerichter en dunner dan de dikke algemene folders. 'De klant krijgt alleen voorgeschoteld wat hem/haar interesseert, waardoor de kans dat het tot een aankoop komt, toeneemt.'
Colruyt start volgende week met 50.000 geïndividualiseerde mailings. Tegen eind dit jaar zouden dat er 1,6 miljoen moeten zijn. Colruyt zegt dat het open is over de aanpak. Door een deel van de mailings te vervangen door geïndividualiseerde folders verwacht Colruyt 665.000 folderpagina's te kunnen schrappen en een aanzienlijke portbesparing te realiseren. Colruyt zegt dat het vertrekt vanuit leverancierscampagnes. 'Het doel is dat die bij mensen terechtkomen die er wat aan hebben.'
Bron: destandaard.biz
3,6 miljoen mensen willen niet gebeld worden
24-12-2009 - Ruim een miljoen mensen hebben zich sinds 1 oktober laten inschrijven bij het Bel-me-nietregister. Telefonische verkopers mogen hen niet langer lastigvallen. Daarmee komt het totale aantal mensen dat hun telefoonnummer laat afschermen tegen telemarketeers op 3,6 miljoen. Dat heeft het ministerie van Economische Zaken donderdag laten weten. Voor 1 oktober hadden al 2,6 miljoen consumenten zich aangemeld bij het bestaande Infofilter.
Bedrijven mogen nummers die in het Bel-me-nietregister staan niet meer bellen om hun waar aan de man te brengen. Verkopers moeten ook altijd vragen of ze nog een keer mogen bellen en of de consument zijn nummer in het Bel-me-nietregister wil laten opnemen. Als de consument dat wil, moet de verkoper dat meteen regelen.
Bron: nu.nl
Toekomst cmo's ligt in customer intelligence
26-11-2009 - Customer intelligence zal centraal komen te staan voor toekomstige chief marketing officers (cmo's). Tot die conclusie komt Forrester Research in het rapport 'The intelligent approach to customer intellligence'. Na eerder al geopperd te hebben dat de positie van brand manager ingeruild moet worden voor die van brand advocate, onderzocht Forrester nu ook de positie van de marketing manager.
Volgens Forrester besteden veel merken onvoldoende aandacht aan klantgegevens, hoewel die absoluut noodzakelijk zijn voor bedrijfsstrategie en concurrentievoordeel. Al verzamelen bedrijven op meer manieren dan ooit gegevens over klanten, ze weten vaak geen raad met de interpretatie en toepassing. Kennismanagement kan een bedrijf in de juiste richting helpen sturen en een sterkere klantentrouw genereren. Om gegevens correct te verzamelen, segmenteren en communiceren zijn gespecialiseerde managers nodig op het gebied van technologie, analyse en strategie.
Vooral gegevens afkomstig van sociale media zijn cruciaal. Volgens onderzoek van de Britse CMO Club en Hill & Knowlton, besteedt 84% van alle cmo`s minder dan 10% van hun budget aan sociale media en andere niet-traditionele communicatiekanalen. Bij 55% is dat zelfs niet meer dan 5%.
Bron: Profnews
Market Intelligence-landschap veranderd door economie
24-11-2009 - De wereldwijde recessie van 2008/2009 lijken het market intelligence-landschap voorgoed te hebben veranderd, zo blijkt uit onderzoek van Global Intelligence Alliance (GIA).
Het jaarlijkse onderzoek werd uitgevoerd in augustus en september 2009 onder 724 respondenten, afkomstig uit grote zowel internationaal als lokaal opererende organisaties op zes continenten.
Bedrijven moesten door de recessie focussen en prioriteiten stellen. Tijdens dit proces hebben zij moeten nagaan welke vorm van market intelligence van vitaal belang is, om welke reden, op welk moment en voor welke decision makers. In dergelijke omstandigheden is er geen ruimte voor 'nice to know'-informatie, aldus de onderzoekers.
De implicaties voor de verschillende branches:
- De bouw- en vastgoedsector en de reisbranche hebben waarschijnlijk het meest te lijden gehad van de recessie. Het is dan ook geen verrassing dat deze bedrijven vooral behoefte hebben aan market intelligence voor het genereren van leads en het identificeren van kansen.
- De farmaceutische industrie is redelijk stabiel gebleken. Bedrijven in deze branche zijn op zoek naar nieuwe partnerships en zelfs naar fusie- en overnamekandidaten, mede doordat de recessie de traditionele machtsbalans tussen de spelers heeft opgeschud.
- Bedrijven in de energiesector varen mee op de golven van de wereldwijde trend van duurzaamheid en milieubewustzijn. Deze trend wordt op haar beurt weer wordt versterkt door de recessie vanwege kritischer wordende consumenten.
- Financiële dienstverleners zijn in de naweeën van de kredietcrisis druk doende de markt te onderzoeken en te verdelen, terwijl de retail, telecom en media sectoren behoefte hebben aan inzicht in veranderend consumptiegedrag ten tijde van toenemende werkeloosheid.
- De industriële sector die investeringsgoederen produceert, betaalt als eerste de prijs van de recessie maar is ook de eerste sector die weer uit het dal krabbelt. Voorspellen wanneer de groei weer aantrekt, als dit niet alweer het geval is, is een van de belangrijkste zaken voor MI-afdelingen van deze bedrijven.
Bron: marketing-online.nl
Bel-me-niet register en spamverbod per 1 oktober
29-9-2009 - Per 1 oktober 2009 treden het nieuwe wettelijke Bel-me-niet Register en het verbod om bedrijven spam te sturen in werking.
"Consumenten bepalen vanaf die dag zelf of bedrijven hen ongevraagd kunnen bellen voor verkooptelefoontjes. Daarnaast geldt vanaf die dag een algeheel spamverbod," aldus staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken.
Heemskerk wijzigde de telecommunicatiewet onlangs op een aantal punten en stelde een wettelijk register in. Dit zogenaamde Bel-me-niet Register moet vanaf 1 oktober verplicht door alle telemarketeers worden geraadpleegd voor ze iemand ongevraagd bellen. Telemarketeers mogen geen mensen bellen die staan ingeschreven in het nieuwe register. Bedrijven mogen bestaande klanten nog wel benaderen voor soortgelijke producten.
Naast de instelling van het register is in de wet geregeld dat een telefonische verkoper altijd actief moet vragen of men nogmaals mag bellen en of de consument ingeschreven wil worden in het Bel-me-niet Register.
De wijziging van de telecomwet regelt ook een verbod om bedrijven (rechtspersonen) spam te sturen. Dit verbod wordt ook effectief per 1 oktober. Spam aan natuurlijke personen was in Nederland al verboden. Door het nieuwe verbod ontstaat een algeheel spamverbod in Nederland.
Bron: ez.nl
Postfilter neemt taken over van Infofilter
28-9-2009 - De stichting Postfilter gaat vanaf 1 oktober het direct mail-filter en het nationaal overledenen register beheren.
De bestanden zijn afkomstig van stichting Infofilter, dat vanaf die datum het beheer van het wettelijk verplichte Bel-me-niet Register op zich neemt (http://www.bel-me-niet.nl). Het direct mail filter en het nationaal overledenen register blijven op basis van zelfregulering. Dit geldt ook voor het telefonisch marktonderzoekregister dat eveneens uit Infofilter wordt gelicht en wordt overgedragen aan de MOA (http://www.onderzoekfilter.nl).
Stichting Postfilter is recent opgericht door de brancheorganisaties DDMA, Thuiswinkel.org en VFI en de postbedrijven in Nederland (Netwerk VSP, Sandd, Selekt Mail en TNT Post). De Het bestuur bestaat uit: Diana Janssen (DDMA), Wijnand Jongen (Thuiswinkel.org) , Gosse Bosma (VFI) en Ger Jacobs (namens de postbedrijven). Hiernaast beraden andere brancheorganisaties zich over deelname.
De aangesloten brancheorganisaties verplichten hun leden gebruik te maken van het nationaal overledenen - en het direct mail-filter. Voor de leden is het gebruik van de diensten van Postfilter kosteloos. Bedrijven die niet zijn aangesloten bij een van de brancheorganisaties kunnen tegen een vergoeding gebruik maken van de diensten van Stichting Postfilter.
Stichting Postfilter biedt bedrijven en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid de bestanden, die gebruikt worden voor prospectieactiviteiten (werving nieuwe klanten), te ontdubbelen. Met het Nationaal Overledenen Register wordt de mogelijkheid geboden bestanden te ontdubbelen met de gegevens van overleden personen.
Op 1 januari 2010 zal de nieuwe website en de organisatie van Stichting Postfilter operationeel zijn (http://www.postfilter.nl). Alle bedrijven en organisaties krijgen toegang tot het direct mail-filter en het nationaal overledenen register vragen, voor leden van deelnemende brancheorganisaties zonder kosten en voor niet leden tegen een nog te bepalen vergoeding.
Bron: Adformatie
Deze nieuwsberichten worden verzameld door Zonar Marketing Intelligence. Hiermee houdt Zonar u op de hoogte van relevante marktontwikkelingen. Waar mogelijk wordt bij ieder nieuwsitem een bron genoemd. Nieuwsberichten kunnen zijn samengevat.